donderdag 27 november 2014

soorten monniken tekst

Boeddhisme

De gemeenschap van boeddhistische monniken en nonnen wordt de Sangha genoemd. Monniken hebben een centrale functie in het boeddhistische openbare religieuze leven, wat verklaarbaar is door het feit dat er in het boeddhisme geen priesters zijn. Er zijn hierdoor relatief veel monniken in het boeddhisme. In Thailand alleen al zijn er zo'n 200.000 monniken, een aantal dat jaarlijks groeit tot 300.000 in de periode tussen juli en oktober, wanneer veel Thaise mannen het monnikschap tijdelijk opnemen. Er zijn ook boeddhisten die, nadat hun of haar actieve gezinsleven en maatschappelijk leven is afgesloten, op latere leeftijd voorgoed monnik of non worden.


Redenen om monnik te worden

In het boeddhisme wordt het kunnen loslaten van aspecten van de wereld als een goed en belangrijk element gezien van het spirituele leven. Het belangrijkste doel van het monnikkenleven is het behalen van het Nirvana: de uitdoving van verlangen, haat en verwarring.
De Boeddha zei over monnik Ratthapala dat hij met maximale overtuiging monnik werd. Ratthapala zei tegen Koning Koravya dat hij monnik werd omdat de wereld[1]:
1  onstabiel is: mensen worden oud en verliezen hun kracht.
2  zonder beschermer is: pijnlijke gevoelens moet men helemaal zelf ervaren.
3  zonder eigendom is: men moet alle bezittingen achterlaten wanneer men dood gaat.
4  ontoereikend is: het kan de menselijke verlangens nooit compleet vervullen.
In sommige Theravada boeddhistische landen is het gebruikelijk dat iedere man een tijdje als monnik leeft, vooral als ze nog geen gezin of andere maatschappelijke verplichtingen hebben. Wanneer een man aldus een periode als monnik geleefd heeft, wordt hij als meer volwassen dan voorheen beschouwd.




Soorten monniken en nonnen

Over het algemeen bestaan er in het boeddhisme de volgende soorten monniken en nonnen:
   Bhikkhu (Pali; Sanskriet: bhiksu): een boeddhistische monnik, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhus.
   Samanera (Pali): een mannelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samanera worden, geen bhikkhu.
   Bhikkhuni (Pali; Sanskriet: bhiksuni): non of zuster, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhunis.
   Samaneri (Pali): een vrouwelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samaneri worden, geen bhikkhuni
Hierbuiten bestaat er ook een soort (tijdelijke) ordinantie voor leken, welke anagarika (Pali) heet. Deze traditie bestond ook al in de tijd van de Boeddha en een dergelijke vorm bestaat in meerdere landen. Een anagarika is traditioneel gezien een in het wit geklede (mannelijke of vrouwelijke) leek die in een klooster woont en de acht voorschriften volgt. Soms is een anagarika een postulant en dan is het slechts een tijdelijke (introductie) fase tot het monastisch leven. Het is echter ook mogelijk om anagarika te zijn gedurende het hele leven, of slechts voor een kortere tijd, zonder bhikkhu te willen worden.
In sommige landen bestaan niet alle soorten monniken en nonnen. Soms werd wel het boeddhisme geïntroduceerd in een land, maar gingen er geen monniken naar dat land toe. Voorbeelden hiervan zijn Japan (waar de originele boeddhistische monastische vorm nooit is geïntroduceerd), en Tibet (waar nooit bhikkhunis geweest zijn).
Het dragen van een monnikenkleed is het symbool van het achterlaten van het normale wereldse leven; boeddhistische monniken worden daarom geacht altijd dit kleed te dragen, ook wanneer zij zich buiten een klooster bevinden.








Mahayana

In het Mahayana-boeddhisme zijn er bhikkhus en bhikkhunis, en samaneras en samaneris.
De tradities van bhikkhunis in China en Taiwan en Zuid-Korea zijn de enige overgebleven tradities van bhikkhunis ter wereld. Deze tradities gaan terug tot de tijd van de Boeddha en zijn vanuit India en Sri Lanka in China, Taiwan en Zuid-Korea terechtgekomen.
Zen[bewerken]
In de grotere Zen-kloosters in Japan is er een strenge hiërarchie ingesteld, welke onderscheid maakt tussen beginnelingen en gevorderden. De zen monniken besteden een significant gedeelte van hun (zeer gestructureerde) dag over het algemeen aan zazen, een vorm van meditatie.
De Zen-traditie kent overigens geen bhikkhus en bhikkunis en geen vinaya en patimokkha; deze traditie is niet samen met de rest van het boeddhisme vanuit China in Japan beland. Japan heeft een eigen traditie van monniken, waarin de monniken tegenwoordig vaak meer een soort priester zijn, daar zij geen consistent monnikenleven leiden. Zij zijn vaak getrouwd met een vrouw, hebben kinderen, beschikken over alle luxe en de tempel is vaak hun persoonlijke bezit, een erfenis van hun vader die ook monnik was. De grotere Zen-kloosters zijn echter zeer strikt, maar monniken brengen vaak slechts een aantal jaren in deze striktere kloosters door, waarna zij terugkeren naar hun eigen tempeltje.
Deze 'laksere' traditie is nog niet zo oud; zij werd zo'n honderd jaar geleden per keizerlijk besluit ingevoerd; de keizer beval in dit besluit de monniken te trouwen. Niet alle monniken deden dit echter.












Theravada

Het theravada is de boeddhistische traditie die onder andere in Sri Lanka, Thailand en Myanmar gepraktiseerd wordt. De monniken in de theravadatraditie zijn bhikkhu's, samanera's, bhikkhuni's en samaneri's. Sinds eind 20e eeuw zijn er weer bhikkhuni's in het theravada, nadat deze traditie in het theravada 800 jaar lang uitgestorven was. Deze nieuwe bhikkhuni's hebben hun ordinantie in het Mahayana behaald, maar volgen zelf het theravada. Over het algemeen gesproken is de ordinantie tot bhikkhuni echter in veel traditionele theravadalanden controversieel en worden de bhikkhuni's niet altijd erkent.
Buiten deze vier basisvormen van het monastisch leven in het boeddhisme bestaan er nog een aantal soorten van ordinantie die alleen in het theravada bestaan:
   Siladhara (Pali): in technische zin een samaneri, echter volgt deze naast de tien voorschriften ook de extra regels en gebruiken van de Orde van Siladhara's van Amaravati Buddhist Monastery en gerelateerde kloosters. Deze orde bestaat sinds 1979. De extra regels en gebruiken zijn gebaseerd op de voorschriften voor de bhikkhuni's, maar zijn minder in aantal en ook minder streng.
   Mae Chiis (Thai): benaming voor vrouwelijke anagarikas in Thailand.
   Pah-Kauw (Thai): benaming voor mannelijke anagarikas in Thailand.
In de theravadatraditie dragen bhikkhu en samanera's oranjebruine (Thailand en Sri Lanka) of bordeauxrode (Myanmar en Sri Lanka) habijten en scheren ze het hoofd kaal. Samaneri's in Myanmar dragen een roze gewaad, terwijl bhikkhuni's, siladhara's en samaneri's in overige landen veelal een donker rood/bruin gewaad dragen. In Myanmar dragen samaneri's roze kledij. Mae Chiis dragen witte kledij.
Monniken en nonnen kunnen verder vrijwillig de Dhutanga Vatta ondernemen, een verzameling van 13 licht-ascetische praktijken. Een bhikkhu die geen vaste verblijfplaats heeft en rondzwerft, heet in Thailand een Toedong-monnik (Thai: Phra Toedong). Het woord 'toedong' is afgeleid van het Pali Dhutanga.


Tibetaans boeddhisme

In het Tibetaans boeddhisme zijn er bhikkhu's, samanera's en samaneri's. Tibet heeft nooit een traditie van bhikkhuni's gekend. Een lama kan een monnik zijn, maar dat hoeft niet.

0 reacties:

Een reactie posten

Aanmelden bij Reacties posten [Atom]

<< Homepage