donderdag 27 november 2014

soorten monniken foto










soorten monniken tekst

Boeddhisme

De gemeenschap van boeddhistische monniken en nonnen wordt de Sangha genoemd. Monniken hebben een centrale functie in het boeddhistische openbare religieuze leven, wat verklaarbaar is door het feit dat er in het boeddhisme geen priesters zijn. Er zijn hierdoor relatief veel monniken in het boeddhisme. In Thailand alleen al zijn er zo'n 200.000 monniken, een aantal dat jaarlijks groeit tot 300.000 in de periode tussen juli en oktober, wanneer veel Thaise mannen het monnikschap tijdelijk opnemen. Er zijn ook boeddhisten die, nadat hun of haar actieve gezinsleven en maatschappelijk leven is afgesloten, op latere leeftijd voorgoed monnik of non worden.


Redenen om monnik te worden

In het boeddhisme wordt het kunnen loslaten van aspecten van de wereld als een goed en belangrijk element gezien van het spirituele leven. Het belangrijkste doel van het monnikkenleven is het behalen van het Nirvana: de uitdoving van verlangen, haat en verwarring.
De Boeddha zei over monnik Ratthapala dat hij met maximale overtuiging monnik werd. Ratthapala zei tegen Koning Koravya dat hij monnik werd omdat de wereld[1]:
1  onstabiel is: mensen worden oud en verliezen hun kracht.
2  zonder beschermer is: pijnlijke gevoelens moet men helemaal zelf ervaren.
3  zonder eigendom is: men moet alle bezittingen achterlaten wanneer men dood gaat.
4  ontoereikend is: het kan de menselijke verlangens nooit compleet vervullen.
In sommige Theravada boeddhistische landen is het gebruikelijk dat iedere man een tijdje als monnik leeft, vooral als ze nog geen gezin of andere maatschappelijke verplichtingen hebben. Wanneer een man aldus een periode als monnik geleefd heeft, wordt hij als meer volwassen dan voorheen beschouwd.




Soorten monniken en nonnen

Over het algemeen bestaan er in het boeddhisme de volgende soorten monniken en nonnen:
   Bhikkhu (Pali; Sanskriet: bhiksu): een boeddhistische monnik, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhus.
   Samanera (Pali): een mannelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samanera worden, geen bhikkhu.
   Bhikkhuni (Pali; Sanskriet: bhiksuni): non of zuster, volgt de patimokkha en de vinaya voor bhikkhunis.
   Samaneri (Pali): een vrouwelijke novice, volgt de tien voorschriften. Minderjarigen (jonger dan 20) kunnen alleen samaneri worden, geen bhikkhuni
Hierbuiten bestaat er ook een soort (tijdelijke) ordinantie voor leken, welke anagarika (Pali) heet. Deze traditie bestond ook al in de tijd van de Boeddha en een dergelijke vorm bestaat in meerdere landen. Een anagarika is traditioneel gezien een in het wit geklede (mannelijke of vrouwelijke) leek die in een klooster woont en de acht voorschriften volgt. Soms is een anagarika een postulant en dan is het slechts een tijdelijke (introductie) fase tot het monastisch leven. Het is echter ook mogelijk om anagarika te zijn gedurende het hele leven, of slechts voor een kortere tijd, zonder bhikkhu te willen worden.
In sommige landen bestaan niet alle soorten monniken en nonnen. Soms werd wel het boeddhisme geïntroduceerd in een land, maar gingen er geen monniken naar dat land toe. Voorbeelden hiervan zijn Japan (waar de originele boeddhistische monastische vorm nooit is geïntroduceerd), en Tibet (waar nooit bhikkhunis geweest zijn).
Het dragen van een monnikenkleed is het symbool van het achterlaten van het normale wereldse leven; boeddhistische monniken worden daarom geacht altijd dit kleed te dragen, ook wanneer zij zich buiten een klooster bevinden.








Mahayana

In het Mahayana-boeddhisme zijn er bhikkhus en bhikkhunis, en samaneras en samaneris.
De tradities van bhikkhunis in China en Taiwan en Zuid-Korea zijn de enige overgebleven tradities van bhikkhunis ter wereld. Deze tradities gaan terug tot de tijd van de Boeddha en zijn vanuit India en Sri Lanka in China, Taiwan en Zuid-Korea terechtgekomen.
Zen[bewerken]
In de grotere Zen-kloosters in Japan is er een strenge hiërarchie ingesteld, welke onderscheid maakt tussen beginnelingen en gevorderden. De zen monniken besteden een significant gedeelte van hun (zeer gestructureerde) dag over het algemeen aan zazen, een vorm van meditatie.
De Zen-traditie kent overigens geen bhikkhus en bhikkunis en geen vinaya en patimokkha; deze traditie is niet samen met de rest van het boeddhisme vanuit China in Japan beland. Japan heeft een eigen traditie van monniken, waarin de monniken tegenwoordig vaak meer een soort priester zijn, daar zij geen consistent monnikenleven leiden. Zij zijn vaak getrouwd met een vrouw, hebben kinderen, beschikken over alle luxe en de tempel is vaak hun persoonlijke bezit, een erfenis van hun vader die ook monnik was. De grotere Zen-kloosters zijn echter zeer strikt, maar monniken brengen vaak slechts een aantal jaren in deze striktere kloosters door, waarna zij terugkeren naar hun eigen tempeltje.
Deze 'laksere' traditie is nog niet zo oud; zij werd zo'n honderd jaar geleden per keizerlijk besluit ingevoerd; de keizer beval in dit besluit de monniken te trouwen. Niet alle monniken deden dit echter.












Theravada

Het theravada is de boeddhistische traditie die onder andere in Sri Lanka, Thailand en Myanmar gepraktiseerd wordt. De monniken in de theravadatraditie zijn bhikkhu's, samanera's, bhikkhuni's en samaneri's. Sinds eind 20e eeuw zijn er weer bhikkhuni's in het theravada, nadat deze traditie in het theravada 800 jaar lang uitgestorven was. Deze nieuwe bhikkhuni's hebben hun ordinantie in het Mahayana behaald, maar volgen zelf het theravada. Over het algemeen gesproken is de ordinantie tot bhikkhuni echter in veel traditionele theravadalanden controversieel en worden de bhikkhuni's niet altijd erkent.
Buiten deze vier basisvormen van het monastisch leven in het boeddhisme bestaan er nog een aantal soorten van ordinantie die alleen in het theravada bestaan:
   Siladhara (Pali): in technische zin een samaneri, echter volgt deze naast de tien voorschriften ook de extra regels en gebruiken van de Orde van Siladhara's van Amaravati Buddhist Monastery en gerelateerde kloosters. Deze orde bestaat sinds 1979. De extra regels en gebruiken zijn gebaseerd op de voorschriften voor de bhikkhuni's, maar zijn minder in aantal en ook minder streng.
   Mae Chiis (Thai): benaming voor vrouwelijke anagarikas in Thailand.
   Pah-Kauw (Thai): benaming voor mannelijke anagarikas in Thailand.
In de theravadatraditie dragen bhikkhu en samanera's oranjebruine (Thailand en Sri Lanka) of bordeauxrode (Myanmar en Sri Lanka) habijten en scheren ze het hoofd kaal. Samaneri's in Myanmar dragen een roze gewaad, terwijl bhikkhuni's, siladhara's en samaneri's in overige landen veelal een donker rood/bruin gewaad dragen. In Myanmar dragen samaneri's roze kledij. Mae Chiis dragen witte kledij.
Monniken en nonnen kunnen verder vrijwillig de Dhutanga Vatta ondernemen, een verzameling van 13 licht-ascetische praktijken. Een bhikkhu die geen vaste verblijfplaats heeft en rondzwerft, heet in Thailand een Toedong-monnik (Thai: Phra Toedong). Het woord 'toedong' is afgeleid van het Pali Dhutanga.


Tibetaans boeddhisme

In het Tibetaans boeddhisme zijn er bhikkhu's, samanera's en samaneri's. Tibet heeft nooit een traditie van bhikkhuni's gekend. Een lama kan een monnik zijn, maar dat hoeft niet.

boeddhisme in een notendop

Boeddhisme in een notendop
  
Beschrijving: Boeddha Shakyamoenie, door Andy Weber

Shakyamoenie Boeddha
Ruim 2500 jaar geleden leefde Prins Siddhartha Gautama in Noord India. Na een lange spirituele zoektocht bereikte hij de volledige verlichting en werd een Boeddha. Iedereen kan in principe Boeddha worden door alle positieve kwaliteiten van de geestte ontwikkelen en alle negatieve aspecten van onze eigen geest te verwijderen.
De leer van Boeddha Shakyamoenie is kort samengevat in zijn eerste belangrijke onderricht: de vier edele waarheden:
1.    leven wordt gekenmerkt door lijden (fysieke en mentale problemen)
2.    de oorzaken voor dit lijden zijn verstorende emoties als gehechtheid, boosheid,onwetendheid en negatief karma
3.    het is mogelijk om het lijden definitief te stoppen en blijvend geluk te ervaren
4.    de manier waarop we dat kunnen bereiken.
De Boeddha onderwees ruim 40 jaar lang, maar de essentie van al zijn leringen gaat over hoe het lijden vanvoelende wezens op te heffen.
Het woord lijden (dukkha) verwijst in het boeddhisme niet alleen naar pijn, maar alle soorten van ongemak, problemen en frustraties. Dit lijden - zelfs lichamelijk lijden - speelt zich uiteindelijk af in onze geest, en wordt bepaald door hoe onze geest het leven ervaart en begrijpt. Hieruit volgt dat we door onze geest te veranderen, we ook onze ervaring van problemen en pijn kunnen veranderen, en zelfs geheel kunnen beëindigen.
Om onze geest positief te ontwikkelen is het niet alleen nodig om de instelling van onze geest te veranderen door een positieve motivatie te ontwikkelen, door bijvoorbeeld meditatie, maar ook onze dagelijkse aktiviteiten dienen onze positieve houding te reflecteren. De basishouding in het boeddhisme is te proberen anderen gelukkig te maken, en ze op zijn minst geen schade toe te brengen.
In de woorden van de Boeddha: "Verricht geen enkele schadelijke activiteit, verzamel volmaakt heilzame activiteiten, bedwing volkomen de eigen geest, dit is de leer van de Boeddha"
Door negatieve handelingen (zoals doden) en destructieve drijfveren (woede, gehechtheid, verkeerde zienswijzen, etc.) te vermijden, vermijden we onszelf en anderen schade te berokkenen. Door positieve eigenschappen zoals onbevooroordeelde liefde en mededogen te ontwikkelen, heeft ons handelen positieve gevolgen voor onszelf en anderen. Door het beheersen van onze geest ontdoen we ons van valse projecties en slechte gewoontes; en we maken onszelf kalm en vredig door de werkelijkheid te begrijpen.
De essentie van Boeddha's onderricht is ook vervat in de drie hoofdzaken van het pad: drang naar bevrijding, de wens om Boeddha te worden om alle voelende wezens te van het lijden te bevrijden, en wijsheid. In het begin proberen we verlost te worden van onze problemen die veroorzaakt worden door onze verwarring en de gevolgen daarvan, en de hoofdoorzaak is onze gehechtheid. Vervolgens zien we dat andere mensen ook vergelijkbare problemen hebben, en met liefde en mededogen wijden we ons hart toe aan het doel zelf een boeddha te worden zodat we met onze wijsheid op grote schaal anderen kunnen helpen. Om boeddha te kunnen worden is het essentieel dat we de wijsheid ontwikkelen die de ware aard van onszelf en andere verschijnselen begrijpt.
Een aantal kernbegrippen van het boeddhisme op een rijtje:
  • Wedergeboorte, alle voelende wezens worden wedergeboren en ervaren daardoor problemen en lijden; we kunnen ons hiervan bevrijden door onze geest te ontwikkelen en zo het uiteindelijke geluk te realiseren.
  • Karma, onze daden hebben gevolgen voor onszelf; anderen helpen brengt geluk, anderen schade toebrengen zorgt uiteindelijk voor problemen voor onszelf.
  • Compassie / liefdevolle vriendelijkheid, wanneer we alle voelende wezens als minstens zo belangrijk als onszelf beschouwen, dan creëren we vanzelf de oorzaken voor ons eigen geluk.
  • Wijsheid, alles bestaat relatief - een bijzonder moeilijk te verwoorden begrip, ook wel de leegte ofzelfloosheid genoemd.
  • Meditatie, een belangrijk hulpmiddel om onze geest te begrijpen, te leren beheersen en onszelf positief te ontwikkelen.
  • Toevlucht nemen, dit is 'boeddhist worden' oftewel vertrouwen schenken in de Boeddha, zijn leer (Dharma) en de boeddhistische gemeenschap (Sangha).

Wedergeboorte - vragen en antwoorden

Boeddhisten zijn overtuigd van het leiden van meerdere levens. Gezien vanuit dit oogpunt hangt je wedergeboorte af van je karma. Hoe meer goede daden - goed karma - des te gunsiger wedergeboorte je zult krijgen.
Wedergeboorte is eigenlijk niet hetzelfde als reïncarnatie, maar vaak worden deze door elkaar gehaald. Bij reïncarnatie gaat men ervan uit dat een onveranderlijke ziel overstapt van het ene naar het andere lichaam (hindoeïsme).
Bij wedergeboorte spreken we van een oorzakelijk verband tussen het ene leven en het volgende leven (Boeddhisme). Die karmische band bepaalt het volgende leven. De dood wordt dus niet gezien als een definitief einde.

Hieronder enkele veelgestelde vragen en beknopte antwoorden:

Wat is wedergeboorte?

Wedergeboorte heeft betrekking op iemands geest die het ene lichaam na het andere bewoont. Lichaam en geestzijn aparte fenomenen: het lichaam is materie en opgebouwd uit atomen. De geest refereert aan al onze emotionele en verstandelijke ervaringen en is vorm- of materieloos. Als lichaam en geest zijn verbonden dan leven we, maar als we sterven scheiden ze weer. Het lichaam wordt dan een lijk en de geest trekt verder naar een ander lichaam.

Hoe is onze geest begonnen? Wie of wat heeft de geest geschapen?

Elk geestesmoment is een voortzetting van het moment daarvoor: wie we zijn, wat we denken en voelen is gebaseerd op wie we gisteren waren. Onze huidige geest is een voortzetting van die van gisteren. Daarom kunnen we ons herinneren wat ons in het verleden is overkomen. Het ene geestesmoment wordt dus veroorzaakt door het voorafgaande geestesmoment. Deze continuïteit gaat terug tot onze jeugd en zelfs tot het moment dat we een foetus in de baarmoeder waren. Ja, zelfs vóór de conceptie bestond onze geestesstroom al: de voorafgaande momenten van deze geestesstroom waren verbonden met een ander lichaam.
Er is geen begin aan onze geest. Waarom dient er een begin te zijn? Onze geest is oneindig. Dit is in het begin misschien wat moeilijk te vatten, maar wanneer we bijvoorbeeld een getallenreeks bekijken dan wordt het makkelijker. Als we vanuit het nulpunt naar links kijken, is er geen eerste negatief getal en als we naar rechts kijken is er ook geen laatste hoogste getal. Er kan altijd een getal aan toegevoegd worden. Op dezelfde manier heeft onze geestestroom noch een begin noch een eind. We hebben allemaal een ontelbaar aantal vorige levens gehad en onze geest zal tot in het oneindige blijven voortbestaan. Echter, door onze geestesstroom te zuiveren kunnen we onze toekomstige levens beter maken dan het huidige.
Volgens het boeddhisme wordt elk geestesmoment veroorzaakt door het voorafgaande moment van bewustzijn. Zou er een begin zijn, dan zou dat betekenen dat het eerste geestesmoment ofwel geen oorzaak zou hebben, ofwel dat het zou zijn veroorzaakt door iets anders dan een voorafgaand geestesmoment. Maar beide mogelijkheden zijn niet logisch, want geest kan slechts voortgebracht worden door een voorafgaand geestesmoment in zijn eigen continuüm.

Wat verbindt het ene leven met het volgende? Is er een ziel, atman, zelf of echte persoonlijkheid die van het ene leven naar het andere gaat?

Onze geest heeft grove en subtiele niveaus. Het zintuiglijk bewustzijn dat ziet, hoort, ruikt, proeft en voelt en het grove mentale bewustzijn (dat altijd zo druk bezig is om van alles te denken) functioneren heel actief tijdens ons leven. Op het moment waarop we sterven houden ze op te functioneren en worden ze opgenomen in het subtiele mentale bewustzijn. Dit subtiele mentale bewustzijn bevat alle indrukken van de dingen die we gedaan hebben (karma). 
Het is deze subtiele geest die het ene lichaam verlaat, de tussenfase (bardo) binnen gaat en tenslotte wordt wedergeboren in een ander lichaam. Nadat de subtiele geest zich tijdens de conceptie verenigt met het andere lichaam verschijnen het grove zintuigelijke bewustzijn en het grove mentale bewustzijn opnieuw, zodat die persoon weer kan zien, horen, denken, etc. Deze subtiele geest, die van het ene leven naar het andere gaat, verandert voortdurend. Daarom wordt hij niet beschouwd als ziel, atman (onveranderlijk), zelf of echte persoonlijkheid. In plaats daarvan onderwees de Boeddha de leer van dezelfloosheid, zodat we ons niet vastklampen aan het idee van een onveranderlijk zelf.

Hoe werd de wereld geschapen?

Alles wat gemaakt is ontstaat uit oorzaken die in staat waren dat alles voort te brengen. Iets kan niet uit niets geschapen worden. De materiele wereld (vorm) is voortgekomen uit voorafgaande momenten van materie/energie. In het boeddhisme wordt omschreven dat zelfs het gehele universum een soort wedergeboortes doormaakt. Mogelijk ontdekt de wetenschap dat er in het begin van ons universum subtielere fysieke elementen (energie) bestonden waaruit ons huidige universum is voortgekomen. Deze subtielere fysieke elementen waren op hun beurt weer een voortzetting van universa die al vóór ons huidige universum bestonden. Zo kunnen we de continuïteit van materie en energie in het oneindige terugvoeren. In het boeddhisme is er dus geen Schepper of God, die het universum uit niets geschapen heeft.

Waarom kunnen we ons onze vorige levens niet herinneren?

Op dit moment wordt onze geest verduistert door onwetendheid, waardoor het moeilijk is ons het verleden te herinneren. Bovendien vinden er als we sterven en worden wedergeboren vele veranderingen in lichaam en geest plaats, die de herinnering bemoeilijken. Het feit dat we ons iets niet herinneren betekent echter niet dat het ook niet bestaat. Soms weten we niet eens meer waar we tien minuten geleden onze sleutels hebben neergelegd. Evenmin kunnen we ons herinneren wat we een maand geleden hebben gegeten.
Er echter zijn wel mensen die zich hun vorige levens herinneren. In de Tibetaanse gemeenschap bestaat er een systeem aan de hand waarvan men de reïncarnaties van hoog gerealiseerde meesters herkent. Het komt tamelijk vaak voor dat zij als jonge kinderen hun vrienden of bezittingen uit een vorig leven herkennen. Ook gewone mensen herinneren zich soms een vorig leven door middel van meditatie of hypnose. Een Boeddha heeft echter alle onwetendheid opgegeven, en kan zich daarom aan alle ontelbare vorige levens herinneren.

Is het belangrijk ons onze vorige levens te herinneren?

Nee. Belangrijk is hoe we ons huidige leven. Kennis van vorige levens is alleen nuttig als het ons helpt een sterke wil te ontwikkelen om negatieve activiteiten te vermijden en ons voorgoed te bevrijden uit de kringloop van telkens terugkerende problemen (samsara). 
Het is meestal weinig zinvol om uit nieuwsgierigheid te proberen uit te vinden wie we in vorige levens waren. Dat zou zelfs kunnen leiden tot trots: "O, ik was koning in mijn vorige leven. Ik was heel beroemd en heel begaafd. Ik was Einstein". Nou en? Het is echter ook mogelijk dat we een spin zijn geweest of een crimineel; dan wordt de herinnering wellicht veel moeilijker te verwerken.
In feite zijn we vrijwel alles geweest en hebben we alles al gedaan in de vele vorige levens in deze beginloze kringloop van bestaan. Het is nu van belang dat we geen extra negatieve energie meer creëren, en dat we proberen nu onze verzamelde negatieve energie te zuiveren. We zouden er nu moeite voor moeten doen om positieve energie te verzamelen en onze goede eigenschappen te ontwikkelen.

Er bestaat een Tibetaans gezegde: "Als je wilt weten hoe je vorige leven is geweest, kijk dan naar je huidige lichaam. Als je wilt weten hoe je toekomstige leven zal zijn, kijk dan naar je huidige geest".
Onze huidige wedergeboorte is het gevolg van activiteiten (karma) in het verleden. Een menselijke wedergeboorte is een fortuinlijke wedergeboorte en de oorzaak daarvoor is dat we ons in vorige levens aan een strenge morele discipline hielden. Anderzijds zullen onze toekomstige wedergeboorten bepaald worden door de activiteiten die we nu verrichten, en het is onze eigen geest die al onze activiteiten ingeeft. Dus door te kijken of onze motivatie en ons huidige gedrag positief of negatief zijn, kunnen we ons een idee vormen van het soort wedergeboorten die we nog zullen ervaren. We hoeven niet naar een waarzegster om erachter te komen hoe het ons zal vergaan: we kunnen eenvoudigweg kijken naar wat we denken en doen, en welke indrukken we daarmee op onze geestesstroom achterlaten.
Voor een omschrijving van wat er met ons gebeurt tijdens sterven en wedergeboorte, zie Bardo en Wedergeboorte, een transcript van een les door Geshe Sonam Gyaltsen.
Zie ook: de Dalai Lama over wedergeboorte.
Boeddhistische Meditatie
  
Beschrijving: Lama Yeshe

Er bestaan veel verschillende vormen van meditatie. Binnen het boeddhisme wordt mediteren al meer dan 2500 jaar uitgebreid beoefend als belangrijkste manier om je eigen geest te leren kennen en aan je geluk te werken.
Een aantal veelgestelde vragen over meditatie:

Wat is meditatie?

Het Tibetaanse woord voor mediteren is 'gom', dat (ge-)wennen of 'zich bekend maken' betekent. Mediteren betekent dat we onszelf positieve en realistische houdingen aanwennen. Mediteren is niet zozeer met de benen in de knoop en met een 'heilige' uitdrukking op je gezicht zitten, maar mediteren is veel meer een instelling van onze geest. Zelfs wanneer het lichaam in de perfecte houding zit, mediteren we niet echt als onze geest onrustig is en willekeurig van het ene naar het andere onderwerp springt.
Tijdens het mediteren transformeren we onze verwarde en (over)haastige gedachten en zienswijzen zodat deze beter overeenkomen met de werkelijkheid. In plaats van onrust en woede kunnen we meer mededogen en liefde voelen. We zitten vaak verstrikt in onze eigen verwarrende emoties en vooroordelen over onszelf en de wereld, maar met meditatie proberen we ruimte en duidelijkheid te scheppen in onze eigen geest.
"Denk vooral niet dat het onderzoeken en begrijpen van de natuur van je geest alleen een oosterse 'trip' is. Dat is een verkeerd idee; het is geen oosterse trip, het is jouw trip. Hoe kun je je lichaam, of het beeld wat je van jezelf hebt losmaken van je geest? ...
Door grondig onderzoek kun je je realiseren dat wanneer je hele leven is gewijd aan het zoeken naar geluk via dingen zoals chocolade en ijsjes, het niet echt van belang dat je als mens geboren bent. Vogels en honden hebben dezelfde houding in het leven. Als je denkt dat je intelligent bent, zou je je leven toewijden aan doelen die hoger liggen dan die van kippen! ...
Een sterk straalvliegtuig heeft een goede piloot nodig; je geestes-piloot zou wijsheid moeten zijn, die de aard van je geest begrijpt. Dan kun je krachtige energie sturen naar het verbeteren van je leven, in plaats van ongecontroleerd als een wilde olifant rond te rennen die jezelf en anderen kapot maakt."
Lama Thubten Yeshe
 (uit 'Be your own therapist')

Kan mediteren gevaarlijk zijn? Kun je er gek van worden?

Als we leren mediteren van een gekwalificeerde leraar, die les geeft in een verantwoorde methode en we volgen deze aanwijzingen op, dan bestaat er geen enkel gevaar. Mediteren is immers eenvoudig het geleidelijk aan opbouwen van een positieve geestesgesteldheid. Maar het is onverstandig om zonder de juiste instructies gevorderde oefeningen te proberen als we nog beginners zijn. Zolang we echter een betrouwbaar pad volgen op een geleidelijke manier, dan kan iedereen zelfs Boeddha worden.
Om te mediteren moeten we dus eerst betrouwbare aanwijzingen ontvangen van een leraar met kennis en ervaring. Sommige mensen denken dat ze hun eigen manier van mediteren wel kunnen uitvinden en dat ze het niet van een kundige leraar hoeven te leren. Dit is niet verstandig, want we kunnen onszelf ook makkelijk schadelijke denkpatronen en gewoontes aanleren. Het is in ons eigen belang dat we luisteren naar onderricht van een betrouwbare bron zoals de Boeddha. Dit onderricht is eeuwenlang beproefd door kundige beoefenaars van meditatie. Op deze wijze kunnen we vaststellen dat een traditie van onderricht en meditatie werkt, en het dus waard is om beoefend te worden.
Tegenwoordig onderwijzen veel mensen meditatie en spirituele wegen, maar het is goed te weten met wie we te maken hebben en niet zomaar ergens kritiekloos inspringen. Als de meditatieoefening door Boeddha is onderwezen en via een zuivere overlevering duizenden jaren is doorgegeven, dan kunnen we er tenminste enig vertrouwen in schenken. Zo'n oefening is dan niet door een willekeurig persoon verzonnen die mogelijk geen idee heeft van nadelige effekten.

Hoe leren we mediteren? Welke soorten meditatie zijn er?

De traditionele manier is dat we op de eerste plaats luisteren naar de lessen en daarna verdiepen we ons begrip door erover na te denken. Daarna integreren we datgene wat we geleerd hebben door middel van meditatie in onze geestesstroom. We luisteren bijvoorbeeld naar lessen over hoe we onbevooroordeelde liefde voor alle wezens kunnen ontwikkelen. Vervolgens gaan we na of dat mogelijk is. We leren elke stap in de beoefening te begrijpen. Daarna bouwen we deze positieve geestesgesteldheid op door hem te integreren in onszelf; we beoefenen de verschillende stappen die leiden tot het ervaren van die onbevooroordeelde liefde, en uiteindelijk wordt deze liefde een deel van onze manier van denken en zijn.
Boeddha heeft een grote verscheidenheid aan meditatietechnieken onderwezen, en de overlevering hiervan bestaat tot op de dag van vandaag. Er zijn twee algemene soorten meditatie: meditatie om concentratie (shamatha) te ontwikkelen en meditatie om analytisch vermogen en wijsheid (vipassana) te ontwikkelen. 
Daarnaast kunnen we bijvoorbeeld ook eenvoudige meditaties doen om de geest te kalmeren en onszelf te bevrijden van het normale gekakel door de ademhaling bewust te volgen. Dit helpt ons in het dagelijks leven rustiger te zijn en ons minder zinloze zorgen te maken.
 
Andere meditaties kunnen ons helpen om specifieke zaken zoals boosheid, gehechtheid of jaloezie in onszelf te beheersen door een positieve en realistische houding tegenover andere mensen te ontwikkelen.
Er zijn zuiveringsmeditaties om de indrukken van negatieve activiteiten (karma) te zuiveren en knagende schuldgevoelens te stoppen. In sommige meditaties doorzien we de fantasieën die we koesteren omtrent wie we zijn, en bouwen we een realistisch zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld op. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de verschillende soorten van meditatie binnen het boeddhisme.

Wat zijn de voordelen van mediteren?

Door tijdens meditaties een positieve geestesgesteldheid op te bouwen verandert geleidelijk aan ons gedrag in het dagelijks leven. Onze woede is beteugeld, we zijn beter in staat om beslissingen te nemen en we worden minder vaak ontevreden of rusteloos. Deze meditatieresultaten kunnen we al snel ervaren. Omdat meditatie van nature onze geest rustiger maakt, is het ook een goede manier om stress tegen te gaan. Ook in de reguliere medische wetenschap wordt dit tegenwoordig onderkent, en vaak krijgen bijv. hartpatienten het advies om te gaan mediteren en zo de dagelijkse stress onder controle te krijgen.
Onze eigen geest - onze gedachtenstroom en gevoelens - bepaalt hoe we ons voelen, en dat is vaak onafhankelijk van onze directe omstandigheden. Als we ons bijv. zorgen maken over iets wat misschien kan gebeuren of we voelen ons een beetje down, is het vooral onze eigen geest die dit gevoel opwekt. Wanneer we leren om onze geest wat te beheersen, zijn we geleidelijk aan in staat om zelf te kiezen hoe we ons voelen - en wie wil er ongelukkig zijn? Net zoals we ons lichaam kunnen trainen om fit te zijn, zo kunnen we dat ook met ons bewustzijn. We kunnen hierdoor niet zo maar alle problemen voorkomen, maar met een gezonde geest en lichaam zijn we wel veel beter in staat om moeilijke situaties aan te kunnen.
Het is ook goed te proberen een ruimere motivatie voor mediteren te ontwikkelen dan alleen ons eigen huidige geluk. Als we de motivatie tot mediteren opwekken om onze toekomstige levens voor te bereiden, om de bevrijding van de cyclus van telkens terugkerende problemen (wedergeboorte) te bereiken, of om de volledige verlichting voor het welzijn van alle voelende wezens te bereiken, dan zal onze geest uiteraard ook in het hier en nu vredig en kalm zijn. Bovendien zullen we met een bredere motivatie in staat zijn deze hogere doelen te bereiken.
Het is heel heilzaam om regelmatig te mediteren, zelfs al doen we het iedere dag maar even. Denk niet: "Ik heb een baan en ik kan niet mediteren. Dat is het werk van monniken en nonnen." Helemaal niet! Om meditatie ons te laten helpen, zouden we er elke dag wat tijd voor uit moeten trekken. Zelfs wanneer we geen zin hebben in meditatie is het belangrijk dat we elke dag een stukje "stilte" voor onszelf reserveren: een moment om stil te zitten en na te denken over wat we doen en waarom, een moment om een Dharma-boek te lezen of om een tekst te reciteren.
Het is buitengewoon belangrijk dat we leren van onszelf te houden en goed alleen kunnen zijn. Vooral in de moderne maatschappij waarin mensen zo druk zijn, is het noodzakelijk dat we ons af en toe terugtrekken, bij voorkeur 'smorgens voordat de dagelijkse bezigheden zijn begonnen. We hebben altijd tijd om ons lichaam te voeden; we slaan normaal nooit een maaltijd over omdat we begrijpen hoe belangrijk het is om te eten. Evenzo is het goed wat tijd uit te trekken voor het voeden van onze geest, omdat dit minstens even belangrijk is voor een gelukkig leven als ons lichaam.

Wat zijn begeleide meditaties?

Groepsmeditaties worden in de Tibetaanse traditie in westerse centra altijd begeleid door een leraar of gevorderde student. De basistechniek wordt aangeleerd door een vast patroon te ontwikkelen. We zetten eerst de motivatie door bijvoorbeeld te beginnen met enige gebeden, gevolgd door de eigenlijke meditatie, en we sluiten af met het toewijden van de positieve energie die we tijdens de meditatie hebben gecreeerd. 
Het mediteren in een groep maakt de ervaring over het algemeen veel sterker, en vooral wanneer we ons meerdere dagen geheel op mediteren richten in een
 retraite zonder veel afleiding dan wordt onze geest vanzelf meer geconcentreerd en meer open. Vooral bij analytische meditaties en visualisaties legt de leider tijdens de meditatie uit waar men over na kan denken en wat er gevisualiseerd wordt.

Meditatie in het Maitreya Instituut?

Er worden meditaties geleid door ervaren studenten in Amsterdam op doordeweekse avonden en inLoenen op dinsdagavond. Maar ook tijdens de cursusprogramma's is meditatie een belangrijk onderdeel. Daarnaast zijn er in Amsterdam en Loenen regelmatig extra meditatiedagen en retraites, zie hiervoor ook de Programmakalender.

Zie ook:

Meditatie: hoe, waarom, waarop door Geshe Sonam Gyaltsen
De voordelen van retraite
 door Lama Zopa Rinpochee
Effect van meditatie op het brein
 van VPRO Labyrint: een interessante online documentaire documentaire Wetenschappers onderzoeken meditatie van de BOS

Karma: de wet van oorzaak en gevolg

Over karma heeft vrijwel iedereen wel eens gehoord. Maar wat betekent karma nu precies?
De letterlijke betekenis van karma is “handelen” of actie. Karma wordt ook wel de wet van oorzaak en gevolg genoemd. Dit betekent dat alles wat we doen (actie) een oorzaak vormt, die op een later tijdstip een gevolg heeft. In het boeddhisme wordt de 
motivatie of bedoeling die achter ons handelen zit als de meest belangrijke factor gezien, omdat deze in feite het karma bepaalt.
We gaan in onze jeugd naar school en plukken daar later als we volwassen zijn de vruchten van. Als je goed je best hebt gedaan met de studie, zul je later wellicht meer verdienen met een betere baan vinden dan iemand die het nut niet inzag van school en studie. Natuurlijk is dit wel een heel simpele voorstelling van karma, maar het zal duidelijk zijn dat alles wat we doen gevolgen heeft, hoe subtiel onze acties ook mogen zijn.

Hieronder enkele veelgestede vragen over karma en beknopte antwoorden:

Wat is karma en hoe werkt het?

Karma is een Sanskriet woord en betekent handeling en verwijst naar activiteiten die we verrichten met lichaam, spraak en geest. Deze activiteiten laten indrukken of zaadjes op onze geest achter, die rijpen tot ervaringen wanneer aan de juiste voorwaarden wordt voldaan. De zaadjes van onze activiteiten gaan zelfs met ons mee van het ene leven naar het andere en gaan dus niet verloren. Als we echter geen oorzaak of karma creëren voor iets, dan zullen we ook de gevolgen niet kunnen ervaren: als een boer geen tarwe zaait, zal er ook geen tarwe groeien.
Activiteiten zelf zijn niet inherent goed of slecht, maar ze worden alleen zo genoemd overeenkomstig het gevolg dat ze veroorzaken voor degene die de actie doet. Positieve acties veroorzaken prettige ervaringen voor de dader, en negatieve acties veroorzaken problemen en negatieve ervaringen voor de dader. In het algemeen betekent dit dat als we iets doen met de bedoeling om pijn en ellende voor anderen te veroorzaken, dan wordt het een negatieve, destructieve of ondeugdzame activiteit genoemd, omdat dit ons zelf schade zal toebrengen. Als we een activiteit bewust doen om geluk te veroorzaken, wordt hij positief, constructief of deugdzaam genoemd, omdat het gevolg ook geluk voor onszelf zal geven.
De werking van oorzaak en gevolg op onze geestesstroom is niet veel anders dan in de wetenschap. Alle gevolgen ontspringen uit oorzaken die in staat zijn hen voort te brengen. Als we appelzaadjes zaaien, zal er een appelboom groeien en geen Spaanse peper. Als we Spaanse peperzaadjes zaaien, zal er Spaanse peper groeien en geen appelboom. Als we positieve activiteiten verrichten, zal geluk volgen en als we negatieve activiteiten verrichten, zullen problemen het resultaat zijn. Alle geluk en voorspoed die we in ons leven ervaren, zijn dus veroorzaakt door onze eigen positieve activiteiten in het verleden. Evenzo zijn al problemen veroorzaakt door onze eigen destructieve activiteiten.

Is karma of de wet van oorzaak en gevolg een systeem van beloning en straf? Heeft Boeddha de wet van oorzaak en gevolg gecreëerd of uitgevonden?

Beslist niet. Er is niemand die beloning of straf uitdeelt. Wij creëren zelf oorzaken door onze activiteiten en we ervaren de gevolgen daarvan. We zijn dus verantwoordelijk voor onze eigen prettige en vervelende ervaringen. Boeddha heeft het systeem van oorzaak en gevolg evenmin uitgevonden als Newton de zwaartekracht uitvond. Boeddha beschreef alleen het natuurlijke proces van oorzaak en gevolg dat in de geestesstroom van elk voelend wezen plaatsvindt. Hiermee toonde hij ons hoe we het beste kunnen handelen binnen de wet van oorzaak en gevolg teneinde het geluk te bereiken dat we wensen en de pijn te vermijden waar we een hekel aan hebben.
De misvatting dat geluk en lijden respectievelijk beloning en straf zijn stamt waarschijnlijk uit onjuiste vertalingen van boeddhistische teksten.

Is het nodig dat we de gevolgen van al onze daden ervaren?

Als zaadjes in aarde worden gezaaid, zullen ze uiteindelijk opkomen; tenzij er niet aan voorwaarden zoals water, zon en mest is voldaan die essentieel voor hun groei zijn, tenzij ze verbranden of uit de grond worden getrokken. De uiteindelijke manier om karmische indrukken uit te roeien is door middel van meditatie op de leegte van inherent bestaan. Op deze manier kunnen we verstorende emoties en karmische indrukken volledig zuiveren. Op ons niveau is dat nogal moeilijk, maar door zuivering kunnen we wel het tot rijping komen van schadelijke indrukken stoppen. Dit is hetzelfde als het onthouden van water, zon en mest aan het zaadje in de aarde, waardoor het niet kan kiemen.

Hoe kunnen we negatieve indrukken zuiveren?

Zuivering door middel van de vier tegenkrachten is erg belangrijk. Dit voorkomt niet alleen toekomstig lijden, maar verlicht ook de schuld of het zware gevoel dat we nu vaak ervaren. Door onze geest schoon te maken zijn we in staat de Dharma beter te begrijpen, voelen we ons kalmer en kunnen we ons beter concentreren. De vier tegenkrachten, die gebruikt worden om negatieve indrukken te zuiveren zijn:
1. spijt hebben,
2. besluiten het niet weer te doen,
3. toevlucht nemen en een altruïstische houding ten opzichte van anderen opwekken 
4. een beoefening doen om de negatieve energie te zuiveren.

Ten eerste is het belangrijk te erkennen en betreuren dat we een negatieve activiteit hebben verricht. Onszelf verwijten maken en ons schuldig voelen is echter zinloos en slechts een manier om onszelf emotioneel te kwellen. Door oprecht spijt te hebben erkennen we dat we een fout hebben gemaakt. (Bij oprechte spijt hoort uiteraard ook het pogen om onze negatieve daad tegenover iemand goed te maken of ons te verontschuldigen.)
Ten tweede besluiten we dit soort negatieve daden niet weer te doen. Als het iets is dat we regelmatig uit gewoonte doen, zoals anderen bekritiseren, dan zou het hypocriet zijn om te zeggen dat we dat de rest van ons leven niet meer zullen doen. Het is beter een meer reële tijdsduur te kiezen en te besluiten dat we zullen proberen de activiteit niet te herhalen, maar dat we gedurende die periode vooral oplettend zullen zijn en ons zullen inzetten om niet in herhaling te vervallen.
De derde tegenkracht is vertrouwen. Onze negatieve activiteiten hebben in het algemeen betrekking op ofwel heilige objecten zoals 
Boeddha, Dharma of Sangha ofwel andere voelende wezens. Om de goede relatie met de heilige objecten te herstellen vertrouwen we op hen door toevlucht te nemen of hen instructies te vragen. Om een goede relatie met andere voelende wezens te hebben wekken we een altruïstische houding ten opzichte van hen op, zodat we ons hart wijden aan het bereiken van het boeddhaschap, teneinde in staat te zijn hen op de beste manier van nut te zijn.
De vierde tegenkracht is iets te doen wat de zaak weer in evenwicht brengt. Dit kan iedere positieve activiteit zijn om anderen te helpen, of traditioneel bijvoorbeeld het luisteren naar onderricht, een 
Dharma-boek lezen,neerbuigingen maken, offers aanbieden, de namen van de boeddha's reciteren, mantra's reciteren, beelden ofschilderijen van de boeddha's maken, Dharma-teksten drukken, mediteren etc. De krachtigste neutraliserende oefening is mediteren op de leegte.
De vier tegenkrachten moeten regelmatig herhaald worden. We hebben vele malen negatieve dingen gedaan, dus we kunnen natuurlijk niet verwachten dat we die allemaal in één keer met een beperkte acitie kunnen opheffen. Hoe sterker de tegenkrachten zijn - hoe groter onze spijt is, hoe krachtiger ons besluit is om het niet weer te doen, etc. - des te krachtiger zal de zuivering zijn. 
Het is goed om de zuivering door middel van de vier tegenkrachten elke avond voor het slapen gaan te doen teneinde elke negatieve activiteit die we die dag verricht hebben te neutraliseren.

Is de wet van oorzaak en gevolg alleen van toepassing op mensen die erin geloven?

Nee, oorzaak en gevolg werken voor iedereen als een natuurwet, of we dat nu accepteren of niet. Positieve activiteiten brengen geluk voort en negatieve activiteiten lijden. Als fruit van een boom valt, valt het naar beneden zelfs als we geloven we dat het omhoog zal vallen. Het zou prachtig zijn als we de gevolgen van onze activiteiten zouden kunnen vermijden door er niet in te geloven. Dan zouden we kunnen eten wat we willen en nooit dik worden of gewoon slapend rijk worden. Ook iemand die niet in vorige levens en de wet van oorzaak en gevolg gelooft, ervaart geluk als gevolg van de eigen activiteiten in vorige levens.
Als we het bestaan van oorzaak en gevolg ontkennen, proberen we vaak geen positieve activiteiten te doen en negatieve te vermijden. Zo creëer je weinig positieve energie, maar als je onbezonnen bent creëer je wel eenvoudig veel negatieve energie. Mensen die de wet van oorzaak en gevolg kennen, zullen proberen op te letten dat wat ze denken, zeggen en doen anderen geen lijden bezorgt en zo proberen schadelijke indrukken op hun eigen geestesstroom te vermijden.

Waarom hebben sommige mensen die veel negatieve activiteiten verrichten succes en lijken ze gelukkig te zijn en hebben sommige mensen die niet geloven in de wet van oorzaak en gevolg zo'n goed leven?

Als we zien dat oneerlijke mensen rijk zijn, dat wrede mensen respect en macht krijgen, of dat aardige mensen ellende meemaken, lijkt de wet van oorzaak en gevolg misschien niet te werken. 
Dat komt omdat we alleen kijken naar wat er gebeurt in de korte periode van dit leven. Veel van de gevolgen die we in dit leven ervaren zijn echter gevolgen van activiteiten uit vorige levens, en veel van de activiteiten die we in dit leven verrichten zullen pas in toekomstige levens tot rijping komen. 
De rijkdom van oneerlijke mensen is vaak het gevolg van hun vrijgevigheid in voorgaande levens. Hun huidige oneerlijkheid laat karmische zaadjes achter, zodat ze in toekomstige levens bedrogen zullen worden en armoede zullen ervaren. 
Evenzo krijgen wrede mensen nu respect en macht door hun positieve activiteiten uit het verleden. Maar op dit moment misbruiken ze hun macht, waardoor ze de oorzaak voor toekomstig lijden creëren. 
Aardige mensen die jong sterven ervaren het gevolg van negatieve activiteiten (zoals doden) uit vorige levens. Hun huidige vriendelijkheid zaait echter zaadjes of indrukken op de geestesstroom waardoor zij in de toekomst geluk zullen beleven.

De exacte manier waarop een bepaalde activiteit tot rijping komt en welke dingen we in het verleden hebben gedaan om een bepaald gevolg in ons leven te bewerkstelligen kan alleen totaal gekend worden door de alwetende geest van een Boeddha. Wat in de teksten wordt gezegd over een bepaalde activiteit die tot een bepaald gevolg leidt, zijn algemene richtlijnen. In specifieke situaties liggen de zaken verschillend, afhankelijk van de precieze oorzaken en omstandigheden. 
Het principe dat negatieve activiteiten lijden veroorzaken en positieve activiteiten geluk verandert echter niet. In een bepaalde individuele situaties kan een negatieve activiteit, zoals doden, bijvoorbeeld tot rijping komen als ellende in één van de lagere bestaanswerelden, of als een vroegtijdige dood. Dit hangt zowel af van de activiteit en de motivatie, als van de omstandigheden op het moment waarop een specifiek karmisch zaadje tot rijping komt.

Als mensen lijden door hun eigen negatieve activiteiten, kunnen of moeten we dan iets doen om hen te helpen?

Jazeker! We weten hoe het is om je ellendig te voelen en dat is precies hoe iemand, die de gevolgen van zijn eigen negatieve activiteiten ervaart, zich voelt. Uit meegevoel en mededogen moeten we zeker helpen. Zijn huidige positie is weliswaar veroorzaakt door zijn eigen activiteiten, maar dat betekent niet dat we lijdelijk toezien en zeggen: "Oh, wat jammer. Wat zielig, maar je had niet zulke negatieve dingen moeten doen."
Het is niet juist om op een al te stugge manier over karma te denken. Iemand creëert wel de oorzaak voor een bepaalde negatieve ervaring door zijn eigen daden, maar wellicht heeft hij ook wel het karma gecreëerd om hulp van ons te ontvangen. Maar bovenal weten we allemaal hoe wij ons zouden voelen als we ons zelf in die afgrijselijke situatie bevonden. We willen allemaal geluk en geen lijden. Het doet er niet toe wiens pijn of probleem het is, maar deze moet weggenomen worden. Het is een enorme misvatting om te denken: "De armen zijn arm vanwege hun daden in vorige levens. Ik zou ingrijpen in het natuurlijke proces van oorzaak en gevolg als ik zou proberen te helpen." We moeten onze eigen luiheid of onverschilligheid of gehechtheid aan onze superieure positie niet proberen te rationaliseren door oorzaak en gevolg verkeerd te interpreteren. Een gevoel van mededogen en universele verantwoordelijkheid is belangrijk voor onze eigen spirituele ontwikkeling en voor de vrede in de wereld.
Iedereen wil gelukkig zijn, maar daar zullen we vooral zelf aan moeten werken door anderen te helpen.
De wijsheid van de leegte en zelfloosheid
    
Beschrijving: Boeddha ogen


De wijsheid van "de leegte" is een bijzonder belangrijk onderwerp in het boeddhisme, maar ook een zeer complex onderwerp. Deze wijsheid is eigenlijk niet of nauwelijks onder worden te brengen, en is meer een directe ervaring dan een 'begrijpen'. Verschillende tradities hebben daarom ook verschillende filosofische benaderingen om deze wijsheid uit te leggen, maar uiteindelijk gaat het erom zelf deze wijsheid direct te ervaren door veel studie en meditatie.
Een aantal vragen en antwoorden:

Betekenen "zelfloosheid' en 'leegte' hetzelfde?

In het algemeen wel.

Wat is het voordeel van het realiseren van zelfloosheid of leegte?

Als we de leegte direct zelf realiseren, zijn we in staat onze geest te reinigen van alle bezoedelingen en verduisteringen. Op dit moment wordt onze geest verduisterd door onwetendheid: de manier waarop we onszelf en andere verschijnselen waarnemen en begrijpen is niet de manier waarop ze werkelijk bestaan. Het is te vergelijken met iemand die de hele tijd een zonnebril draagt. Alles wat hij ziet lijkt donker en hij denkt dat alles vanuit zichzelf zo donker IS. Als hij zijn zonnebril zou afzetten, zou hij ontdekken dat alles in feite op een heel andere manier bestaat.
Een andere analogie voor onze onwetende zienswijze is iemand die naar een film kijkt en denkt dat de mensen op het witte doek echt zijn. De toeschouwer wordt emotioneel en raakt betrokken bij het lot van de personages, hij raakt gehecht aan de held en heeft een hekel aan de personages die hem storen. Hij kan zelfs schreeuwen, ineenkrimpen of opspringen als de held wordt gekwetst. Feitelijk is dat helemaal niet nodig, want er zijn geen echte mensen op het witte doek. Ze zijn slechts projecties die afhankelijk zijn van oorzaken en voorwaarden zoals de film, de projector en het witte doek. 
De leegte begrijpen is vergelijkbaar met het begrijpen dat er geen echte mensen op het witte doek bewegen. Toch bestaat het verschijnen van de personages; maar ze zijn afhankelijk van de film, het witte doek, etc. Men kan dus wel degelijk van de film genieten, maar niet met zulke heftige emoties wanneer de held van alles meemaakt.
Door de wijsheid die de leegte direct realiseert, nemen we waar hoe we zelf en andere verschijnselen bestaan: ze hebben geen (zijn leeg van een) geïsoleerd, onafhankelijk bestaan. Ze bestaan door oorzaken, ze bestaan niet uit onze gefantaseerde projecties ervan - vooral niet de projectie van inherent (of onafhankelijk) bestaan. Als we de wijsheid die de leegte realiseert bezitten, zijn we bevrijd van de ketenen van onwetendheid die de werkelijkheid verkeerd begrijpt. 
Als we onze geest vertrouwd maken met leegte, dan verwijderen we geleidelijk alle onwetendheid, boosheid, gehechtheid, trots, jaloezie en andere verstorende emoties uit onze geest. Hierdoor stoppen we met het creëren van destructieve activiteiten die daaruit voortkomen. Als we bevrijd zijn van de invloed van onwetendheid, verstorende emoties en de activiteiten die daaruit voortvloeien, worden we bevrijd van de oorzaken van onze problemen en zo houden de problemen dus op te bestaan. Met andere woorden, de wijsheid die de leegte realiseert is het ware pad naar geluk.

Wat betekent; "Alle mensen en verschijnselen zijn leeg van waar bestaan of inherent bestaan"?

Dit betekent dat mensen en alle andere verschijnselen (tafels etc.) leeg zijn van onze gefantaseerde projecties. Een van de belangrijkste bedrieglijke kwaliteiten die we op mensen en verschijnselen projecteren is dat ze inherent bestaan, dat ze bestaan zonder af te hangen van oorzaken en omstandigheden, onderdelen, en ons bewustzijn dat ze begrijpt en benoemt. In onze gebruikelijke zienswijze lijken ze een ware inherente aard te hebben, alsof ze werkelijk onafhankelijk zijn, alsof we deze echte, onafhankelijke fenomenen zouden kunnen vinden als we ernaar zouden zoeken. Ze lijken er te zijn, onafhankelijk van hun oorzaken en omstandigheden, onafhankelijk van de delen waaruit ze zijn opgebouwd, en onafhankelijk van de geest die ze begrijpt en benoemt. Dit is het verschijnsel van onze projektie van 'werkelijk bestaan' of inherent bestaan en onze geest neemt het dat ze 'echt' zo bestaan als we ze waarnemen.
Wanneer we echter analytisch onderzoeken of dingen zo onafhankelijk bestaan als op het eerste gezicht lijkt, dan ontdekken we dat dit helemaal niet zo is. Ze zijn leeg van onze gefantaseerde projecties. Toch bestaan ze, maar op een afhankelijke manier, want ze hangen af van oorzaken en omstandigheden die ze gevormd hebben, en van de geest die ze begrijpt en benoemt.

Als alle mensen en verschijnselen zelfloos en leeg zijn, betekent het dan dat niets echt bestaat?

Nee, verschijnselen en mensen bestaan wel degelijk. Per slot van rekening zit ik hier te typen en zit jij te lezen! Leegte is niet hetzelfde als nihilisme. Het betekent dat mensen en verschijnselen leeg zijn van onze gefantaseerde projecties. Ze bezitten niet de aspecten die onze verkeerde opvattingen aan ze toekennen. Ze bestaan niet op de manier waarop ze nu aan ons verschijnen, maar ze bestaan wel degelijk.

Hoe kunnen we het beste de leegte van inherent bestaan realiseren?

Omdat het moeilijk is deze realisatie te bereiken en het een gevorderd stadium van het pad is, ontwikkelen we ons begrip langzaam. Het pad naar bevrijding en verlichting verloopt geleidelijk, en we beoefenen het dan ook in fasen. Eerst oefenen we ons in de elementaire aspecten van het pad zoals vergankelijkheid, toevlucht nemen, liefde enmededogen, etc. Daarna luisteren we naar lessen over leegte door een betrouwbare en kundige leraar. Wanneer we deze lessen overdenken en bepraten, wordt ons begrip helderder. Pas nadat we een helder idee van het onderwerp hebben, integreren we het door middel van meditatie in onze geest.

Zie ook deze lezing van Lama Yeshe over de leegte.

                                                                                                                                                                                                                                                                                       

Kale hoofden en rare gewaden? Over de herkenbaarheid van het boeddhisme in het straatbeeld

door PAUL VAN DER VELDE op 23 JUNI 2012 · onderACHTERGRONDEN, NIEUWS, OPINIE
Beschrijving: india sjaalsVroeger, zo’n twintig, vijfentwintig jaar terug was het heel eenvoudig te zien in het Nederlandse straatbeeld wie er met Azië bezig was en wie niet. Mensen die in India waren geweest droegen typerende sjaaltjes en kralenkettingen waarvan je al snel wist: ‘Ah! Azië’. De kenmerkende Kathmandu kleding viel ook direct op door de bijbehorende kleurigheid. Trouwens nog net iets eerder, echt in de jaren’ 70 was het al helemaal eenvoudig. In die tijd was het gedachtegoed van de Bhagwan, die zich later Osho zou gaan noemen zeer populair. Zijn volgelingen droegen de oranje kleding die in India bij asceten en Sadhu’s thuishoort en ook droegen ze een kenmerkende mala om de hals met daaraan het portret van de grote guru zelf. Wat was de wereld eenvoudig, je kon het zo zien… het meest karakteristiek waren natuurlijk de aanhangers van ISKCON, de Hare Krishna’s. Ze droegen oranje, roze of wit en lieten ook behoorlijk van zich horen.
Beschrijving: beker boeddhismeTegenwoordig is het gedachtegoed van Azië veel sterker doorgedrongen tot in het geaccepteerde alledaagse leven. Op terrasjes valt het woord ‘mindfulness’, gewoon als vanzelfsprekend tussen allerlei andere gesprekken door. Bovendien is de reiscultuur, en de daarbij behorende confrontatie met andere culturen veel gewoner geworden. In de ogen van sommigen is daarmee het exclusieve enigszins verdwenen, anderzijds kunnen nu veel meer mensen kennisnemen van het gedachtegoed van andere culturen en zien of en hoe ze dit integreren in hun eigen bestaan.

Kleding gekookt in safraanwater

Beschrijving: rode broekMaar hoe zit het met de herkenbaarheid? Aan iemand die yoga beoefent is doorgaans niet te veel zichtbaar van deze bezigheid. Toegegeven, iemand die het op de juiste wijze beoefent zal er steeds gezonder uit gaan zien, althans dat mag men hopen. Als we echter denken aan de vele beoefenaars van de boeddhistische dharma, de getallen lopen nogal uiteen, maar het zijn er nogal wat, welk beeld komt ons dan voor ogen?
Beschrijving: boeddhistische monniken in rood gewaadIn Azië is direct duidelijk wie er precies boeddhist is en wie niet, althans onder de professioneel religieuzen, hetgeen wil zeggen de monniken en de nonnen. Zij dragen de kenmerkende kleding zoals die door de regels van de sangha worden voorgeschreven. De volgelingen van de Boeddha, de bhikkhu’s en de bhikkhuni’s, droegen kleding die was weggegooid, vaak ging het om lijkwaden of andere kledingstukken die achterbleven na een crematie. Deze kleding werd gekookt in saffraanwater of in water dat was vermengd met kasaya leem. Dit verklaart de typerende roodachtige of geelachtige kleur van de pijen. De haren werden afgeschoren hetgeen ook een teken was van rouw, van dood.
De Boeddha bereikte zijn verlichting uiteindelijk in Bodh Gaya nadat hij allereerst een gave van kwark of yoghurt had aangenomen van het herdersmeisje Sujata. Hij verbrak daarmee zijn periode van zware ascese. Vervolgens wisselde hij zijn kleding met de lijkwade van een dienares van Sujata die net was overleden. Gekleed in dit doodsgewaad ging hij zitten onder de Bodhi boom en kwam hij na 49 dagen tot zijn ultieme inzicht. De periode van 49 dagen is eveneens cruciaal in deze, volgens heel wat Aziaten duurt het 49 dagen voor een persoon opnieuw incarneert na de dood, al delen lang niet allen deze overtuiging. Bij de ene mens komen er dan nog de negen maanden van de zwangerschap bij. Het aantal van de zogenaamde ‘pinda’ balletjes (ze heten gewoon zo, het heeft niets met pinda nootjes te maken), balletjes die aan de voorouders worden gegeven is ook 49. Al met al is dus op te merken dat deze strikte, beperkte groep van volgelingen van de dharma een heel andere groepering was dan de mensen die in het alledaagse leven stonden. Het waren levende doden, die ook geen ambachten mochten uitoefenen, geen geld mochten aanraken, geen vaste woon- of verblijfplaats mochten hebben en moesten eten wat hen werd aangeboden, of het nu bedorven was of niet. Er is het licht opruiende relaas van een monnik die verlicht raakte toen hij van een leproos een bedelgave aannam in zijn bedelnap en er per ongeluk een stukje van de vinger van de donateur in de bedelnap viel. Zo’n schokkende ervaring moet wel tot verlichting leiden…

Lekenboeddhist moeilijk herkenbaar

Beschrijving: vrouw met wierook bij boeddhabeeldDe lekenaanhangers van de dharma in Azië waren naar alle waarschijnlijkheid een stuk moeilijker als boeddhisten herkenbaar. In hun uiterlijk was doorgaans weinig op te merken, ze zagen eruit als alle gewone mensen in de samenleving. Kastenkenmerken, zoals de manier waarop de kleding werd gedragen, andere specifiek hiërarchie gebonden tekenen, gelukbrengende tilaka’s op het voorhoofd, amuletten of symbolen dat men een bepaalde pelgrimage had volbracht et cetera zijn waarschijnlijk veel belangrijker geweest in deze. Mogelijk was het ook zeer gebruikelijk dat men gewoon het heiligdom ter plekke als het hoogste beschouwde of dat men gewoon doneerde aan de eerste de beste heilige persoon die men tegenkwam, of dit nu een boeddhistische bedelmonnik was, een jain of een hindoe heilige. Een lekenboeddhist was aldus moeilijk herkenbaar als boeddhist. Dat is in feite in onze moderne samenleving ook zo. Enige jaren terug waren de kleine mala’s van het Chinese boeddhisme zeer populair als modeverschijnsel, maar iemand die zo’n kleine kralenketting om de pols droeg voelde zich mogelijk absoluut geen boeddhist, het was gewoon mode.

Boeddhisten in het westen

Beschrijving: armband uit nepalEen groot verschil tussen het boeddhisme van Azië en dat van het westen zit erin dat in Azië de monniken en nonnen de kern vormen van de professionele dharma beoefenaars. In het westen vormen leken de kern van de sangha. Dit heeft zelfs consequenties voor wat de term sangha precies gaat aanduiden. In Azië gebruik je deze term alleen maar voor de monniken en de nonnen. De leken benoem je in Azië niet als leden van de sangha. In het westen is er sprake van de ‘sangha van die en die’, de ‘sangha van Sogyal’ bijvoorbeeld. De sangha bestaat in het westen doorgaans uit leken die beoefenen, leken die mediteren en dat zie je niet zomaar aan de buitenkant, ze zien er zelfs niet altijd rustig uit zoals je zou verwachten. Monniken en nonnen in Azië zijn levende doden, wat zij doen heeft te maken met dingen die na de dood spelen, ze voeren vaak dodenrituelen uit, ze zijn bezig met het bereiken van diepe wijsheid en mededogen, zaken die hen tot de ervaring van nirvana moeten brengen. Ze geven positief karma door aan overleden voorouders, wijden Boeddha beelden in, ook vaak als ‘monumenten’ om overledenen te gedenken, maar het zijn altijd zaken die met de dood te maken hebben en wat daarna komt, daarom zien ze er ook uit als ‘levende doden’. In Azië dragen de leken gewone kleding, zij zijn bezig met levensbevestigende zaken, geluk in het alledaagse leven. Zij hoeven er niet uit te zien als levende doden.
Beschrijving: lopende monnikEn toch doen er zich soms rare paradoxen voor in de boeddhistische wereld in het westen. Westerse boeddhisten zijn vrijwel zonder uitzondering leken, ze zouden dus bezig moeten zijn met levensbevestigende zaken zoals geluk en stressreductie, zaken die het leven draaglijk maken, zelfs tot aards geluk kunnen leiden in de vorm van geestelijke stabiliteit. Er zijn wel wat ‘echte’ westerse monniken en nonnen, maar dat zijn zeker vergeleken met Azië echt uitzonderingen.

Kaalhoofdige lekenbeoefenaars

Beschrijving: indiase lappen aan westerse waslijnWaarom dan toch die behoefte bij sommige moderne boeddhisten om hun haar af te scheren, wijnrode kleding te dragen terwijl ze lekenbeoefenaars zijn? Ik merk in Azië geregeld dat Aziatische boeddhisten dat niet echt begrijpen: vrouwen die hun mooie haar afscheren terwijl ze getrouwd zijn… Mannen die in pijen lopen terwijl ze de hand van hun vrouw of vriendin vasthouden. Natuurlijk zijn er de verhalen van de grote tantrische meesters die dit soort praktijken onderhielden, maar dat is wellicht een beetje hoog gegrepen voor de westerse beginneling op het pad van de dharma. Hilarisch zijn soms de reacties als vrouwen in mannenpijen lopen (het is ook niet altijd makkelijk te zien welk kledingstuk bij welk geslacht thuishoort en vrouwenpijen in grote maten zijn er soms eenvoudigweg niet!).
Beschrijving: oranje truiMensen moeten doen wat hen gelukkig maakt, het is al helemaal mooi als dat niet te veel ten koste van andere levende wezens gaat. Als westerse beoefenaars hun haar af willen scheren, pijen willen dragen of uitsluitend wijnrood, by all means, doen! Maar voor Aziaten is het soms een beetje vreemd. Het zou voor ons toch ook wat raar zijn als er een groep Koreaanse christenen naar Nederland zou komen en die zou geheel en al gekleed gaan in katholieke zwarte togen compleet met priesterboord? Is er iets mis met deze veelheid aan uiterlijke verschijnselen binnen het westers boeddhisme? Beslist niet, het maakt het geheel tot de bonte verzameling die de neo-boeddhistische wereld tegenwoordig is. Maar het valt wel op!